Jongerendialoog Overvecht

Naamloosdeel-droom-en-doe1

 

Op dinsdag 2 mei  2017 is er  in Overvecht een dialoog door en voor jongeren over wat er nodig is om ons te verbinden.

Plaats: Buurtcentrum De Dreef, Schooneggendreef 27b in Utrecht

Tijd: 18.00 uur – 21.30 uur

 

Aanmelden bij  radj.ramcharan.utrecht@gmail.com

Programma

18:00 uur   Inloop met maaltijd (halal/vegetarisch)
18:45 uur   Voorprogramma (delen van de gesprekken op straat)
19:00 uur   Aan tafel voor gesprek
20:30 uur   Opbrengsten delen
21:30 uur   Afsluiting

Jongeren in gesprek

De aanloop naar deze dialoogbijeenkomst is op straat begonnen in de wijk Overvecht. Jongeren en een aantal professionals van samenwerkende organisaties zijn met het publiek, met name jongeren in gesprek gegaan over een aantal onderwerpen: beeldvorming, je thuis voelen in Overvecht, radicalisering en mogelijke oplossingen. De jongeren werden aangesproken op straat, winkelcentra, en sportcentra. Na het gesprek is de geïnterviewde uitgenodigd voor een tweede ontmoeting op een dialoogavond in de eigen wijk. Tijdens deze avond worden de onderwerpen gezamenlijk met andere deelnemers verder besproken en wordt nagedacht over oplossingen.

Partnerorganisaties: Gemeente Utrecht, Bondgenoten Politie Utrecht, Artikel 1 Midden Nederland, AKDER, AMANA, Utrecht In Dialoog, Actieve Jongeren Utrecht (AJU), Utrechts Platform Levensbeschouwing en Religie (UPLR) en University College Utrecht.

 

Mr Gonsalvesprijs

 

Bondgenoten Politie Utrecht

'Politie en gemeente Utrecht willen een relatie opbouwen met sleutelfiguren in de wijk en stad. De politie is vooral gewend om informatie te halen maar niet om te brengen. ‘We zien jullie alleen als er problemen zijn’, kreeg men vaak te horen. Met Bondgenoten is een netwerk en goede relaties opgebouwd. Stichting Asha participeert ook in dit netwerk.

Vijf keer per jaar komen we samen. Politie, gemeente en de sleutelfiguren – de pareltjes – uit de wijk. Bij Bondgenoten schuift niet de wijkagent maar de politiechef zelf aan. Het is voor onze leidinggevenden ook goed om direct contacten in de samenleving op te bouwen. De sleutelfiguren zijn geen professionals, maar burgers die actief zijn bij bijvoorbeeld een stichting of sportclub. Mensen met een achterban. Belangrijk is natuurlijk ook dat er geen vraagtekens bestaan rondom de integriteit van deze mensen.

'De meest uiteenlopende onderwerpen komen op tafel, met een focus op openbare orde en veiligheid. We proberen ons niet te verliezen in de details, we willen juist de thema’s in een grotere context bespreken. Wat is het sentiment in de wijk? Thema’s als radicalisering, polarisatie, overlast maar ook armoede in de wijk. Meestal worden er ook concrete acties afgesproken. Wat kunnen we doen? En dan wordt er niet alleen naar de politie gekeken. Binnenkort organiseren de Bondgenoten in Overvecht bijvoorbeeld een bijeenkomst over polarisatie. In Overvecht loopt Bondgenoten al meer dan acht jaar, dat zegt ook veel over het succes.'

 

 

 

Minister Van der Steur reikt Mr. Gonsalvesprijs voor rechtshandhaving uit

Jury nomineert politie Utrecht en Den Haag voor vernieuwing in aanpak van radicalisering en terrorisme

De Bondgenotenaanpak van de Politie Eenheid Midden-Nederland en de aanpak van radicalisering en jihadisme door de Politie Eenheid Den Haag. Deze initiatieven dingen mee naar de Mr. Gonsalves nationale innovatieprijs voor de rechtshandhaving. De jury van de Mr. Gonsalvesprijs onder voorzitterschap van mr. A.W.H. (Arthur) Docters van Leeuwen besloot tot nominatie van beide initiatieven op basis van de beoordeling van de ontvangen inzendingen. De Mr. Gonsalvesprijs 2015 stelt vernieuwing in de aanpak van radicalisering en terrorisme centraal. Minister van Veiligheid en Justitie mr. G.A. (Ard) van der Steur reikt de prijs op maandag 9 november in Den Haag uit.

Politie Eenheid Midden-Nederland, district Stad Utrecht (‘Bondgenotenaanpak’)

Het initiatief voor de eerste Bondgenotengroep in de Utrechtse aandachtwijk Overvecht werd al in 2009 genomen. De nieuwe en integrale aanpak heeft zich inmiddels als een olievlek over de hele stad Utrecht uitgebreid. En deze methodiek is in de Eenheid Midden-Nederland dé standaard geworden voor netwerkontwikkeling.

Bondgenoten zijn actieve, invloedrijke vertegenwoordigers van gemeenschappen, die de sfeer en gevoelens binnen de eigen groep goed kennen en hun achterban kunnen informeren en beïnvloeden. Ze zijn bereid en in staat om overheidsprofessionals te informeren, te adviseren en ook zelf gerichte actie te ondernemen als de situatie daarom vraagt. Deelnemers aan het netwerk zijn o.a. voorzitters van moskeebesturen, imams, wetenschappers, docenten van scholen, (politiek) actieve bewoners en vertegenwoordigers van organisaties en van de gemeente Utrecht.

De nadruk bij de samenwerking ligt op duurzaamheid, gelijkwaardigheid, wederzijds vertrouwen en persoonlijke inzet van de deelnemers aan een vreedzame, veilige en inclusieve samenleving. Uniek is de ‘gelaagdheid’ in de aanpak: de netwerken lopen van districtschef tot wijkagent en zorgen voor verbinding op alle niveaus, met alle relevante gemeenschappen. Hierdoor hebben de politie en de gemeente samen met hun Bondgenoten invloed op de ontwikkelingen in de buurten. Gewenste ontwikkelingen en initiatieven worden ondersteund en bekrachtigd. Daar waar segregatie, polarisatie of radicalisering dreigt, wordt dit vaak tijdig onderkend en kan informatie worden gedeeld en actie ondernomen.

Bondgenotenbijeenkomsten worden op regelmatige basis op de politiebureaus gehouden. Na de aanslagen van januari in Parijs is een van de Bondgenoten, Radj Ramcharan, met een grote groep vrijwilligers wekenlang de stad ingegaan om met burgers te praten. Door de straatgesprekken met als titel ‘Jouw angst, mijn angst’ werd het voor veel autochtone Utrechters duidelijk dat ook moslims bang waren en dat de verschillende gemeenschappen zich niet uit elkaar moeten laten spelen door extremisten.

 

Politie Eenheid Den Haag (inzet op contraterrorisme, extremisme en radicalisering)

De Politie Eenheid Den Haag bedacht een nieuwe en integrale manier om radicalisering aan te pakken en uitreizen te voorkomen. Directe aanleiding waren ronselpraktijken voor de gewapende strijd in Syrië en Irak, begin 2013. Er was toen nog weinig bekend over radicalisering en het uitreizen voor de gewapende strijd. Vanaf het begin was duidelijk dat het om een complex probleem ging.

Er werd daarom gekozen voor een integrale aanpak: de belangrijkste deskundigen werden vanuit de verschillende disciplines in één team samengebracht. En men zocht vanaf het begin structurele samenwerking met externe partners als de NCTV, AIVD, betrokken gemeenten, scholen, subsidie- en zorginstellingen. De verbrokkelde kennis en informatie kon op die manier worden samengebracht en strategieën op elkaar afgestemd. Dat maakt tot op de dag van vandaag preventieve en repressieve acties mogelijk; bestuursrechtelijke en sociale interventies werden centraal gesteld met het strafrecht als uiterste middel.

Het Veiligheidshuis van de gemeenten werd coördinator van het zogenaamde casusoverleg. Het strafrechtelijk onderzoeksteam werd samengesteld uit collega’s van verschillende disciplines en zo werd opsporing ingebed in een compleet nieuwe, integrale aanpak van contraterrorisme, extremisme en radicalisering. Het doel van de nieuwe aanpak was niet alleen het voorkomen van uitreizen, maar ook het tegengaan van radicalisering. Niet de telefoontap, maar de wijkagent speelt een cruciale rol bij de informatievoorziening. Dat is immers ook de persoon die door bezorgde ouders wordt aangesproken en veel jongeren kent. Een andere vernieuwing was het gebruik van sociale media, die een schat aan informatie opleveren.

De nieuwe aanpak is inmiddels verankerd in de politie-eenheid en heeft in samenwerking met alle partners al tot veel successen geleid. Zorg- en begeleidingstrajecten zijn gestart zodat radicaliserende jongeren nu zo vroeg mogelijk een aanpak op maat krijgen. Enkele jongeren zijn op weg naar oorlogsgebied tegengehouden. Paspoorten zijn ingenomen, uitkeringen stopgezet en een aantal minderjarigen is uit huis geplaatst. Door alle interventies is het vertrouwen van ouders en andere burgers in de politie aantoonbaar vergroot. Bovendien doen jongeren uit het netwerk niet meer zo snel extremistische uitlatingen op internet of tijdens demonstraties.

Over de Gonsalvesprijs

De Mr. Gonsalvesprijs is ondergebracht bij ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat (www.prodemos.nl) en wordt elke twee jaar toegekend aan een persoon of organisatie die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan vernieuwing binnen de rechtshandhaving. In 2013 ging de prijs naar de Dienst Justitiële Inrichtingen voor de vernieuwing van het gevangeniswezen. Eerdere edities werden gewonnen door Emergo (bestrijding zware criminaliteit op de Amsterdamse Wallen), Unit Multi-etnisch Politiewerk van Politie Haaglanden, project SMS Alert van Politie Midden en West-Brabant en de Amsterdamse politieman Leen Schaap als eerbetoon aan de ME die vaak onder moeilijke omstandigheden moet werken.

Voorzitter van het Curatorium is Wim Deetman.

De jury bestaat naast Arthur Docters van Leeuwen uit Nicole Bogers, Ahmed Marcouch, Bernard Welten, Erik van den Emster en Sadik Harchaoui.

 

Utrechts Platform Levensbeschouwing en Religie

Het UPLR wil de dialoog, onderling begrip, respect en samenwerking tussen de verschillende levensbeschouwelijke en religieuze organisaties in Utrecht bevorderen en ondersteunen. Stichting Asha is een vaste deelnemer van het UPLR. Deelnemers aan het platform zijn de religieuze en (andere) levensbeschouwelijke organisaties en instellingen in de stad Utrecht die het missionstatement onderschrijven. Zij dienen publiek te zijn met een maatschappelijke oriëntatie op de stad. Ze kennen een officiële entiteit (stichting, vereniging) of zijn als zodanig erkend door de leden van het platform. Van de deelnemers wordt verwacht dat zij bijdragen aan het werk van het UPLR. Als zodanig. Belangrijke taken zijn:
– Ontwikkelen van activiteiten, waaronder een jaarlijkse presentatie van het UPLR
– Onderhouden van contacten met de eigen achterban en externe relaties
– Gezamenlijke stellingname waar nodig

 

 

Utrechts Pietenpact

UTRECHTS PIETEN PACT

Het pact

Wij roepen op tot een Utrechts Pieten Pact: een Sinterklaasfeest voor álle kinderen met een nieuwe Piet, namelijk een Piet waarvan iederéén geniet.

Het Sinterklaasfeest is een leuk kinderfeest. Sint en Piet zijn er voor ál onze kinderen. Het is ook een belangrijk feest voor de hele Utrechtse gemeenschap. Iedereen zou er veel plezier aan moeten kunnen beleven en daarom willen we dat Sinterklaas een leuk feest wordt voor alle kinderen.

De Utrechtse gemeenschap gaat met haar tijd mee en is van mening: “Utrecht Zijn We Samen”. We pleiten voor respect voor de diversiteit in de stad.

In Utrecht hebben initiatiefnemers zich de afgelopen vijf jaren ingezet voor een kalme en waardige dialoog over de figuur van ‘Zwarte Piet’. Er is onderling respect en begrip gegroeid. De meeste mensen hebben mooie herinneringen aan het Sinterklaasfeest uit hun jeugd. Er zijn ook vele mensen die er heel pijnlijke herinneringen aan hebben, omdat zij discriminatoir bejegend zijn. Het gesprek hierover heeft gezorgd voor meer verbinding en verandering van de figuur van Piet.

Utrechtse organisaties, waaronder schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, midden- en kleinbedrijven en maatschappelijke organisaties kiezen voor een waardevol, respectvol, creatief en inclusief Sinterklaasfeest. Daarom kiezen ze voor een ‘nieuwe Piet’, zonder de karikaturale en stereotyperende kenmerken van de zwart geschminkte huid, de rood geverfde lippen, de zwarte kroespruik en de gouden oorbellen.

We doen een beroep op de Utrechtse samenleving en roepen alle Utrechtse organisaties en bedrijven op om dit Utrechts Pieten Pact te ondertekening en zo mee te werken aan:

§  een leuk Sinterklaasfeest voor álle kinderen

§  respect voor de diversiteit in onze samenleving.

Sluit u aan bij dit Utrechtse Pieten Pact!

Initiatiefgroep Inclusief Sinterklaasfeest, Utrecht

 

COSBO Stad Utrecht en NOMU

Speerpunten en ambities voor ouderen in Utrecht   4 februari 2020

 

1. Laten we voorop stellen dat het feit dat Utrecht de komende jaren meer 67-plussers gaat tellen dan voorheen niet al te zeer geproblematiseerd moet worden. Een oudere is meer dan diens leeftijd, etniciteit, beperkingen enz. De analyse die door de gemeente is opgesteld biedt een goed overzicht van alle aspecten die van belang zijn rondom vergrijzing, inclusief de te verwachten risico’s en knelpunten.  Dat deze gemeente de vergrijzing niet benadert vanuit een zogeheten Ouderenbeleid, maar door inclusief denken en sensitiviteit op alle beleidsterreinen, kunnen wij in meegaan.  Het is vooral belangrijk bij beleidsontwikkeling en -uitvoering steeds weer rekening te houden met de behoeften en oplossingen in de verschillende levensfasen van inwoners en deze zoveel mogelijk in samenhang te zien. Wonen, leefomgeving, gezondheid, armoede, sociaal, mobiliteit: alles hangt met elkaar samen. Ouder worden is een normaal proces, dat in een zekere fase kan leiden tot grotere afhankelijkheid van anderen of meer beperkingen. Hoe meer de samenleving daar rekening mee houdt, des te beter. Het biedt tevens kansen om de vele talenten van oudere mensen beter te benutten. (En -zoals een wakkere senior laatst opmerkte-: er verdienen ook aardig wat mensen hun brood met die vergrijzing, het is dus niet fair om alleen in kosten en lasten te denken.)

 

2. Goed dat de gemeente dus in de raadsbrief en analyse inzichtelijk maakt wat op de diverse terreinen speelt en wat de komende jaren te doen staat. Terecht merkt men op dat de diversiteit onder de oudere inwonersgroepen groot is en velen gaat het gelukkig goed. Maar we weten ook dat bijvoorbeeld bi-culturele ouderen niet gemakkelijk mee kunnen, om allerlei redenen, en dat ook dit geen homogene groep is. Dat vergt een nog specifiekere en cultuursensitieve aanpak op diverse terreinen. Dus het blijft verstandig de focus te leggen op degenen die bijzondere aandacht verdienen, zoals de alleenwonenden zonder sociaal netwerk, mensen met complexe zorg- en ondersteuningsvragen, overbelaste mantelzorgers, migrantenouderen en mensen met financiële problemen (denk b.v. aan degenen met onvolledige AOW, die ook nog eens gekort worden bij het delen van woonruimte).

 

De gemeente heeft dit o.i. goed in beeld, maar voor de buitenwereld is niet altijd duidelijk waar prioriteiten liggen, welke vorderingen gemaakt zijn of waar men naartoe werkt. We zien een betrokken wethouder (Maarten van Ooijen m.n.) en veel gemotiveerde ambtenaren; ook ontstaan op allerlei plekken interessante initiatieven, dankzij actieve bewoners(groepen). Maar lang niet overal en voor iedereen. We signaleren versnippering en te weinig lange termijnoplossingen, alleen al door de keuze om veel zaken aan bewonersinitiatief over te laten en beperkt te financieren. Dat wat gedaan wordt, bereikt niet iedereen die het wel nodig heeft. Of het valt na enige tijd weer weg door gebrek aan mensen of middelen.

Voorbeeld: samen met het NOOM en NOMU (landelijke en lokale migrantenvertegenwoordigers) probeerde COSBO het project Sociaal Vitaal in Utrecht van de grond te krijgen. In andere grote steden leverde dit veel moois op onder oudere migranten, die bij reguliere gezondheids- en beweegprogramma s niet goed bereikt worden. Maar hier is het eerste antwoord vanuit de gemeente: we financieren niet op basis van doelgroepen. Alleen

creatieve en volhardende bewonersgroepen of organisaties lukt het dan nog wel een paar deuren verder te komen, maar hoe vaak haken goede initiatieven in de stad zo toch af?

3. Hoe door de bomen het bos te blijven zien? Ons advies is om het overzicht dat er nu ligt om te zetten in een soort actieplan met zoveel mogelijk concrete stappen en termijnen. Het woonvraagstuk is bijvoorbeeld te complex om snel op te lossen, maar de werkgroep Wonen van het Maatschappelijk Netwerk Utrecht, heeft wel suggesties om vooral voor ouderen meer te kunnen doen (zie afzonderlijke bijdrage).

 

Concrete zaken waar wel meer/snel op ingezet kan worden wat ons betreft:

 

• Toegankelijkheid van de openbare ruimte en gebouwen (zie recente Agenda) • Preventief gezondheidsbeleid • Woningaanpassingen en hulpmiddelen o.g.v. Wmo (sneller! / preventieve waarde ook meewegen!) • Financiële ondersteuningsregelingen bekender maken bij groepen die nu niet bereikt worden • Wooncoaching en verhuisondersteuning (breder dan verhuisadvies) • Faciliteren/aanmoedigen van bewonersinitiatieven m.b.t. wonen, zorg en/of welzijn

 

En daarnaast pleiten wij nogmaals voor een adequatere, diversere (en meertalige!) informatievoorzieningsstructuur, niet al te afhankelijk van bewonersinitiatieven in de wijken en extra gericht op lastig te bereiken doelgroepen. Maar ook: meer en toegankelijke onafhankelijke clientondersteuning.

Wij blijven graag met alle betrokkenen meedenken.

 

Namens COSBO: Martina van den Dool – spreker

Namens het Netwerk Oudere Migranten Utrecht:

Ednie Cheung (Stichting ’t Zonnetje), Radj Ramcharan (Stichting Asha), Sylvia Hiert (Stichting Pelita), Marzouka Boulaghbage (Stichting Al Amal), Ali Saadaoui (NISBO), Hulya Karahisari (o.a. VCU), Jenny Hasselbaink (Stichting MMU), Abdelkader Tahrioui (Stichting Attifa)