In de Utrechtse bieb leren mensen met een taalachterstand solliciteren

Bovenkant formulier

Uit: Uitvoering van Beleid Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid

Onderkant formulier

 

 

 

 

Voor mensen met een taalachterstand is solliciteren niet eenvoudig. Je moet een cv opstellen, een sollicitatiebrief schrijven en met een beetje geluk een gesprek voeren met je toekomstige werkgever. De buurtteams in Utrecht merkten op dat mensen in de multiculturele wijk Kanaleneiland daar wel wat hulp bij konden gebruiken. Ze sloegen de handen ineen met verschillende stichtingen, organisaties en het UWV Utrecht. Nu kunnen buurtbewoners iedere woensdag en donderdag in de bibliotheek langskomen bij de Helpdesk Solliciteren.

De Helpdesk Solliciteren wordt geleid door Radj Ramcharan van Stichting Asha, een zelforganisatie van Hindostaanse Surinamers in Utrecht, die zich inzet voor de emancipatie en integratie van haar doelgroep. Maar iedereen is welkom bij de sessies in de Utrechtse bibliotheek.

Gemiddeld lopen er tijdens de inloopspreekuren vier mensen binnen, voornamelijk vrouwen met een migratieachtergrond. Zij worden geholpen met het ontwikkelen van allerlei vaardigheden om een baan te vinden, waaronder het (online) zoeken naar vacatures en het voeren van een sollicitatiegesprek. Ook krijgen ze computer- en taallessen.

De Helpdesk Solliciteren is een laagdrempelige methode om voornamelijk thuiszittende vrouwen met een afstand tot de arbeidsmarkt op weg te helpen. Daarnaast wijzen de medewerkers hen op de mogelijkheden voor (digi)tale hulp die zij bij de gemeente kunnen ontvangen. De samenwerking met onder meer het UWV wordt daarom binnenkort uitgebreid. Zo zijn er plannen om werkende vrouwen te vragen om werkzoekende vrouwen in speeddatesessies te ‘empoweren’.

De Helpdesk Solliciteren is een goed voorbeeld van hoe laagdrempelige particuliere initiatieven voor gelijke kansen effectief een brug slaan naar hulp vanuit de gemeente. Zo worden ook werkloze mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die hun weg naar ‘officiële’ diensten (nog) niet vinden bereikt en geholpen.

 



 

 

Onderkant formulier

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Ook een krappe arbeidsmarkt biedt Abdou geen stageplek

Arbeidsmarkt Mbo-studenten met een niet-westerse migratieachtergrond vinden moeilijker een stage, concludeert de SER. De kans op een ‘parallelle arbeidsmarkt’ neemt daardoor toe.

·        Flóri Hofman

31 oktober 2019

Stagiair Abdou Oualkadi en zijn begeleider Radj Ramcharan. Oualkadi moest lang zoeken voor hij een stageplek vond.

Stagiair Abdou Oualkadi en zijn begeleider Radj Ramcharan. Oualkadi moest lang zoeken voor hij een stageplek vond. Foto Novi Zijlstra

De ene motivatiebrief na de andere verstuurde hij in zijn zoektocht naar een stage. Wel vijfentwintig in totaal. Toen dat niet bleek te werken besloot hij bedrijven te bellen, bij een aantal ging hij zelfs langs om zijn cv achter te laten. Van de meeste plekken hoorde hij niets terug. Bij de rest was het antwoord: ‘Nee, we hebben geen stage voor je.’ Vreemd vond Abdou Oualkadi (18) het wel. Want ook bij openstaande stagevacatures kreeg hij vaak te horen dat het bedrijf op dat moment geen plaats had voor een stagiair.

Pas toen hij hoorde dat twee witte klasgenoten bij hun eerste sollicitatiebrief direct aan een stage mochten beginnen, werd Oualkadi, student human resource management in Amersfoort, achterdochtig.

Hij legde zijn cv naast dat van zijn klasgenoten en zag tot zijn verbazing dat hij méér werkervaring had dan zij. Bovendien had Oualkadi zijn brief door drie familieleden en vrienden laten lezen en corrigeren op spelling en inhoud. Oualkadi: „Toen ging het woord ‘discriminatie’ wel door mijn hoofd. Dat deed echt pijn.”

Meer moeite

De Sociaal-Economische Raad (SER) stelde eind augustus in een rapport vast dat mbo-studenten met een niet-westerse achtergrond nog steeds meer moeite hebben met het vinden van een stage dan hun westerse studiegenoten. Van de mbo-studenten met een niet-westerse achtergrond moet een derde minstens vier keer solliciteren voordat zij een stageplek vinden. Van de mbo’ers zónder migratieachtergrond hoeft maar 14 procent vier keer of meer te solliciteren. Is stagediscriminatie de verklaring voor dit verschil? Ja, zegt de SER. Volgens het rapport is „stagediscriminatie van mbo-studenten met een niet-westerse achtergrond” een „zorgpunt”.

Verschillende factoren hebben invloed op iemands kans op een stageplek, stelt arbeidseconoom Christoph Meng. Als onderzoeker aan de Universiteit van Maastricht houdt Meng zich bezig met de stagemarkt voor mbo-studenten. Hij concludeerde vorig jaar al in een studie dat niet-westerse mbo’ers veel vaker moeten solliciteren voor een stageplek dan hun westerse studiegenoten. Meng corrigeerde voor verschillende factoren die meetellen bij het vinden van een stage, zoals woonplaats en studierichting. Toch kun je op basis van de cijfers nog niet zomaar concluderen dat discriminatie de oorzaak is, zegt Meng. „Maar ik weet zeker dat het meespeelt”.

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, D66) sprak zich naar aanleiding van Mengs studie vorig jaar uit tegen stagediscriminatie bij mbo’ers. Het Meldpunt Stagediscriminatie, in 2017 in het leven geroepen, kreeg daarop fors meer meldingen binnen: in het schooljaar 2018-2019 waren het er 62, tegenover 24 meldingen het jaar ervoor. Bij een niet-anonieme melding gaat de organisatie in gesprek met de melder en het bedrijf in kwestie. Wanneer het meldpunt stagediscriminatie constateert, kan het de erkenning van de stageplek als leerbedrijf intrekken. Zonder die erkenning mogen bedrijven officieel geen stagiairs in dienst nemen. Sinds de oprichting van het meldpunt is dat pas één keer gebeurd. Aan deze intrekking zit geen vaste termijn verbonden.

Nog geen verbetering

Uit het rapport van de SER blijkt dat de situatie nog niet is verbeterd. Dit terwijl de arbeidsmarkt historisch krap is. Uitkeringsinstantie UWV concludeerde vorige maand dat ook in veel laag en middelbaar opgeleide beroepen meer vacatures zijn dan dat er werkaanbod is. Toch blijft het vinden van een stage voor veel jongeren met een migratieachtergrond een enorme klus.

Sommige opleidingen proberen discriminatie tegen studenten te voorkomen, ziet de SER. Bijvoorbeeld door studenten met een niet-westerse achtergrond bij voorbaat te koppelen aan ondernemers die óók een niet-westerse achtergrond hebben. Het probleem is alleen dat deze ondernemingen vaak kleiner zijn, en minder mogelijkheden hebben voor stagiairs om zich door te ontwikkelen. Daardoor bestaat volgens het SER-rapport de kans dat er een „parallelle stagemarkt langs etnische lijnen” ontstaat.

Zo’n parallelle stagemarkt kan gevolgen hebben voor de positie van niet-westerse mbo’ers op de arbeidsmarkt, stelt onderzoeker Meng. Bij kleinere bedrijven is de kans vaak minder groot dat studenten mogen blijven na hun afstuderen. Ook zien potentiële werkgevers een stageplek bij een kleinere onderneming als minder waardevol. Dat is niet alleen onwenselijk, maar ook onterecht, stelt Meng. „Kleine bedrijven bieden de stagiair uiteindelijk misschien wel meer, omdat hij of zij veel meer verantwoordelijkheid krijgt dan bij een groot bedrijf.”

Vorig schooljaar werden er 62 meldingen gedaan van stagediscriminatie

Staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, VVD) presenteerde in oktober een wetsvoorstel om discriminatie op de arbeidsmarkt te voorkomen. Iedere werkgever moet volgens het voorstel op papier zetten hoe hij of zij vooroordelen in de sollicitatieprocedure tegengaat. De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid controleert deze ‘werkwijze’ van bedrijven. Houdt de werkgever zich er niet aan? Dan volgt na de eerste controle een waarschuwing, na de tweede een boete. De inspectie maakt de overtreding op dat moment bovendien openbaar.

Lees ook: De inclusieve werkvloer blijft een verre droom

Na drie weken en vijfentwintig sollicitatiebrieven vond Oualkadi uit Amersfoort uiteindelijk een stage bij Stichting Asha. Deze organisatie zet zich in voor integratie van mensen met een migratieachtergrond in de Utrechtse wijk Kanaleneiland. De stagiairs organiseren wekelijks in de lokale bibliotheek twee informatiebijeenkomsten over solliciteren. De stichting probeert zelf zoveel mogelijk stagiaires aan een plek te helpen: het heeft 43 stagiairs in dienst.

Radj Ramcharan, bestuurslid van de stichting, ziet de vooroordelen tegen niet-westerse mbo’ers als een hardnekkig probleem. „Bedrijven zeggen vaak dingen als: ‘Ik heb één medewerker gehad met een andere achtergrond, en toen liep het mis’. Alsjeblieft zeg, probeer er nog drie!”

 

 

Pleister op een wondje

Over het wetsvoorstel van staatssecretaris Van Ark is Ramcharan sceptisch. „Het straft en veroordeelt werkgevers, maar het is een pleister op een wondje.” Het voorstel pakt de kern van het probleem niet aan, zegt Ramcharan. Werkgevers moeten het zélf belangrijk vinden om een divers bedrijf te krijgen, omdat het anders moeilijk wordt personeel met een andere achtergrond te behouden. Voorlichting is hierbij belangrijk. Ramcharan: „Maak werkgevers duidelijk dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Waar denk je straks je personeel vandaan te halen?” >

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Praktijkverhaal: Mes snijdt aan 2 kanten bij helpdesk solliciteren

Een sollicitatiebrief schrijven is niet eenvoudig, zeker niet voor mensen die de Nederlandse taal minder goed beheersen. En een stageplek vinden is voor studenten vaak ook een hele klus. Met de Helpdesk Solliciteren Kanaleneiland helpt Radj Ramcharan beide groepen tegelijk.

3 personen achter een laptop

Siham Bilal links, Radj Ramcharan in het midden en stagiaire rechts

2 personen achter een laptop

Mazen Saytoof en ROC-stagiaire Efrahim Fazal

 

Siham Bilal ontvluchtte 4 jaar geleden met haar dochter Syrië. Ze heeft een inburgeringstraject achter de rug en werkt als vrijwilliger in woon-werkgemeenschap Emmaus in Haarzuilens. Maar Siham wil ook graag een echte baan. “In Damascus had ik een restaurant, dus een baan in de horeca zou ik mooi vinden. Maar mijn Nederlands is nog niet goed genoeg voor het schrijven van sollicitatiebrieven, dus ik ben blij dat ik hier hulp krijg.”
Iedereen die dat wil kan terecht bij de helpdesk, die op woensdagen en donderdagen in totaal 3 keer 2 uur geopend is. Gemiddeld kloppen 4 personen aan, vooral mensen die de taal niet goed beheersen en laagopgeleiden die geen computer of een internetaansluiting hebben. Stagiaires helpen de werkzoekenden met vacatures zoeken, formulieren invullen, brieven schrijven en het voeren van sollicitatiegesprekken door die na te bootsen.

Alleen motivatie opschrijven

“Werkgevers zitten te springen om mensen, solicitatieprocedures worden steeds makkelijker en vaak is het genoeg om in 4 zinnen je motivatie op te schrijven. Maar dat moet iemand dan wel kunnen,” zegt stagebegeleider Radj Ramcharan.
Het idee voor een helpdesk ontstond toen hij nog bij Artikel 1 Midden Nederland werkte, het expertisecentrum voor gelijke behandeling en dicriminatiezaken. De toenmalige directeur wilde discriminatie niet alleen bestrijden, maar ook voorkomen. “Veel studenten van hbo- en mbo-scholen mensen vinden daardoor geen stageplek, dat stelde de Sociaal Economische Raad een paar maanden geleden nog vast in een rapport. Via de helpdesk kunnen we jaarlijks zo’n 100 stagiaires een plek bieden.”

Netwerk gebruiken

‘We’, dat zijn behalve Artikel 1 en de bibliotheek Kanaleneiland ook de stichting Asha en de stichting Lezen & Schrijven. Asha, waar Radj bestuurder is, levert bijdragen aan ‘Utrecht zijn we samen’, onder meer door stagiaires in te zetten bij de organisatie van dialoogavonden. “Via dat netwerk haal ik stagiaires hier naartoe. De begeleiding kost niet veel tijd, het is echt niet nodig om voortdurend hun hand vast te houden. Studenten zijn al aardig zelfstandig en de deelnemers gemotiveerd, dat helpt. Mensen weten ons steeds beter te vinden, we overleggen momenteel dan ook met de bibliotheek in Overvecht om daar een tweede helpdesk te beginnen.”
Het mes snijdt bij Radj Ramcharan altijd aan 2 kanten: studenten worden geholpen aan een stageplek en via die plek helpen de studenten op hun beurt weer anderen met het vinden van werk. “De arbeidsmarkt is krap en wanneer je een vreemde achternaam hebt wordt het nog moeilijker. Maar het is tegelijk zo dat organisaties en bedrijven die niet discrimineren kandidaten ook afwijzen wanneer ze een slechte brief hebben geschreven. Dus iedereen die dat lastig vindt heeft baat bij ondersteuning.”

Ervaringen delen

Werkzoekenden komen meestal bij de helpdesk terecht via het buurtteam of van horen zeggen. Maar ook Utrechters met een uitkering maken er gebruik van om aan hun sollicitatieplicht te voldoen. “Met de gemeente deel ik mijn ervaringen en praat ik over mogelijkheden om de helpdesk verder te professionaliseren. Goede begeleiding is zó belangrijk. De maatschappij verwacht steeds vaker van mensen dat ze zelf initiatieven nemen en zelfredzaam zijn, maar ze weten lang niet altijd waar ze terecht kunnen, bijvoorbeeld wanneer ze zich willen laten omscholen. Bij de gemeente doen ze hun best, maar er is op dat gebied nog wel winst te behalen.”

 

Dynamische plek

De bibliotheek Kanaleneiland is een dynamische plek waar meerdere organisaties zijn gehuisvest die kwetsbare groepen Utrechters ondersteunen. Zo houden wegwijzers van Taal Doet Meer op dezelfde tijden als de helpdesk hun spreekuur voor taalondersteuning en computergebruik. “Dit is een perfecte, laagdrempelige omgeving waar alles mooi in elkaar grijpt. Bij de helpdesk vragen we mensen bijvoorbeeld of ze ook interesse hebben voor computerles, alles grijpt hier in elkaar.”
Zijn advies aan werkzoekenden die moeite hebben met Nederlands? “Vraag hulp! Ook een academicus laat zijn of haar sollicitatiebrief nalezen. Het is altijd fijn als er iemand met je meekijkt, niet omdat je zo hulpeloos bent, maar om praktische tips te geven.”

Vurig betoog

En opeens ontsteekt Radj, inmiddels ook werkzaam voor de stichting Lezen & Schrijven, in een vurig betoog over het belang van taalbeheersing. “Taal is het belangrijkste middel om je te ontwikkelen, wie de taal niet goed beheerst loopt een grotere kans om te vereenzamen. Utrecht moet daar hard aan blijven werken!”
Aan de andere kant van de tafel bestudeert Mazen Saytoof zijn cv samen met ROC-stagiaire Efrahim Fazal, die Human Recources Management studeert aan het ROC Midden-Nederland. “Deze ervaring past heel goed bij mijn opleiding, maar het is niet alleen dat. Ik leer heel veel van het sociale contact en dat is minstens zo waardevol.”
Mazen is gevlucht uit Syrië, evenals Siham Bilal. Daar werkte hij als schilder en dat beroep wil hij hier ook weer gaan uitoefenen. Lachend: “Ik blijf hier naartoe komen tot het gelukt is.”